Moby Dick: Writer’s Block

writers block

Het was een lange ongeïnspireerde en mentaal destructieve dag geweest, ik had vele repetitieve uren in de identiteitsloze bakstenen kooi die men als lokaal benoemd had doorgebracht en al mijn woestijndroge, cynische, vileine humor en opmerkingen die normaal als verlossing dienden uit deze sleur leken terecht te zijn gekomen in het zwaartekrachtveld van een monolithisch groot zwart gat wat hen genadeloos naar binnen had gehaald en op moleculaire schaal uit elkaar had getrokken waardoor er niets meer van over was dan enkele gefragmenteerde atoomdeeltjes rondzwevend in een oneindige leegte (Sorry, ik heb weer eens te veel National Geographic gekeken).

Ik had een intens verlangen naar de verlossende en verheffende werking die het schrijven altijd op mij had gehad, zelfs de meest bizarre, debiele, lompe en onsamenhangende onzin had op deze momenten een verlichtende en alles verheffende werking op mij. Maar eenmaal zittend achter mijn laptop werd ik overvallen door een voor mij buitenaards gevoel, een ijzige kou die elk van mijn lichaamscellen stil deed staan. Ik wist niet hoe of waardoor het kwam of welke onbekende mythische macht mij tot dit lot had geleid, het enige dat ik wist was dat ik het op geen enkele manier voor elkaar kon krijgen om ook maar iets te bedenken waar ik een enigszins interessant of zinnige column over zou kunnen schrijven. Waar normaal al mijn ideeën en ingevingen zich uitspuwde tot massieve monolithische teksten als de organen bij een ontploffende walvis, leek het nu alsof een of andere Greenpeace activist zich om de buikwand van dit majestueuze creatuur had gebonden om zo dit onvermijdelijke proces pogen tegen te houden. Hoewel je je natuurlijk af kan vragen of de gepassioneerde verbinding die zo’n altijd lachende en pretentieuze walvisknuffelaar met dit grote zwemmende wezen voelt wellicht een beetje misplaatst en bovenal eenzijdig is. Niet dat ik iets tegen walvissen heb, maar waar die walvisknuffelaars zich met een ketting om de buikwand van een ontploffende walvis vast zouden binden om dit tegen houden (en aan zichzelf hun in feite niet bestaande bijdrage aan de natuur, de aarde en het gehele universum wijs kunnen maken) heb ik juist respect voor het onvermijdbare en natuurlijke, bovenal zie ik in dat het redden van één zo’n majestueus wezen (want dat zijn ze) niets zal veranderen aan internationale verschuivingen, bewegingen en ontwikkelingen wiens ontstaan terug te herleiden is naar vele al gepasseerde jaren. Maar terug naar de rode lijn. Ten midden van de uitstrekkende mentale leegte waarin ik rondzweefde werd ik het uit het niets overvallen door een alles verblindende openbaring, uit het niets leek ik mij te bevinden op een saai leeg godvergeten Zeeuws strand, van tussen het zand zag ik een baken en symbool van hoop aan de horizon, een walvis. Het ongrijpbare majestueuze alles overtreffende wezen bewoog zich met ongekende snelheid naar het strand en mijn zich daarop bevindende roerloze lichaam. Net voor het creatuur in aanraking zou komen met het zand, sprong het op een surrealistische en ongrijpbare wijze de lucht in, aan de onderkant van het dier bevond zich de nog steeds vastgebonden walvisknuffelaar die daar inmiddels wel wat anders over dacht maar zich op geen enkele wijze lost wist te worstelen van de kettingen waarmee hij zich aan de buikwand vastgeketend had. Eenmaal zwevend in de lucht gebeurde het ondenkbare, hij opende zijn enorme bek waaruit hij met diepe, haast onderaardse klanken tegen mij sprak, “een writer’s block Moby, schrijf over een writer’s block” waarna hij samen met de nog steeds vastgebonden activist op onverklaarbare wijze uit elkaar knalde. En tezamen met deze gebeurtenis knalden de velen soms haast lachwekkend lange zinnen mijn bewustzijn binnen om zich vervolgens noch niet eens in een half uur te vormen tot een column, de column waar ik zo hard naar gezocht had, had zich geopenbaard in de vorm van een ontploffende walvis zwevend boven een Zeeuws strand en hoewel ik er vrij zeker van was dat ik geen bedwelmende middelen in genomen had, twijfelde ik toch even voor een fractie van een seconde. En terwijl buiten langzamerhand de schemer neerdaalde over de wijk, legde ik mijn laptop naast mij neer en liet een diepe zucht die ik inmiddels al veel te lang zonder duidelijke reden had proberen te weg te houden, dit, dit zou ik nog wel een tijdje vol kunnen houden dacht ik bij mezelf. Maar aangezien ik van mijlen ver al aan zag komen dat deze avond voor de rest niet veel bijzonders of enigszins moeitewaardigs dan wellicht kijken naar tweederangs televisie of een of andere pretentieuze drie uur lange verdrietig makende Franse art-house film te kijken besloot ik om mezelf dan maar gewoon in slaap te laten vallen. Hoewel de lamp naast mijn bed nog aanstond sloot ik mijn ogen, en begon ik te tellen in mijn gedachten wachtend tot mijn vermoeidheid zich meester van mij maken zou. Wat ik dan zowel telde, vraag je? 1 ontploffende walvis, 2 ontploffende walvissen, 3 ontploffende walvissen, 4 ontploffende walvissen, 5 ontploffende walvissen, 6 ontploffende walvissen, 7 ontploffende walvissen, 8 ontploffende walvissen, 9 ontploffende walvissen, 10 ontploffende walvissen, 11 ontploffende walvissen, 12 ontploffende walvissen, 13 ontploffende walvissen, 14 ontploffende walvissen, 15 ontploffende walvissen, 16 ontploffende, dit proces ging nog door tot circa 50 maar ik ben simpelweg te lui om dit in enige vorm toe te voegen. Welterusten.

         

Zeg je zegje

Copyright ­2001-2020 © Stichting Kattuk.nl ★ Over Kattuk.nlDisclaimerContactRSS
Web design en beheer: Made by Dirk